7 aandachtsgebieden voor consultvoering

7 aandachtsgebieden voor consultvoering

Spreekuren op poliklinieken die uitlopen vormen een groot probleem in de zorg. Voor de patiënt omdat de wachttijd toeneemt, voor de arts omdat deze veel meer uren kwijt is aan het spreekuur en voor de organisatie vanwege kosten en logistiek binnen het ziekenhuis. In een van de kennissessies die ALLEGRO MEDICAL dit najaar organiseerde zijn we aan de slag gegaan met de vraag hoe een betere dossier- en consultvoering kan bijdragen aan de oplossing voor dit probleem. In dit artikel ga ik in op zeven aandachtsgebieden.  

Consult- en dossiervoering

Een consult is het contact tussen arts en patiënt, waarbij de patiënt de arts raadpleegt en de arts op basis van het ziektebeeld, het patiëntverhaal en vakkennis tot een diagnose probeert te komen (Veening, Gans & Kuks, 2009). Het kan ook worden gezien als het hele proces van een specifiek probleem via diagnose en behandeling naar nazorg (Veening, Gans & Kuks, 2009). Maar in het dagelijks leven wordt een bezoek aan een arts als consult beschouwd.

In de Wet op de Geneeskundige behandelovereenkomst (WGBO) staat beschreven dat de zorgverleners verplicht zijn een dossier in te richten waarin alle informatie die essentieel is voor de zorgverlening dient te zijn opgenomen. Dossiervoering is het noteren van medische gegevens en andere informatie die noodzakelijk is voor de zorgverlening. Deze worden vastgelegd in het elektronisch patiëntendossier (EPD).

De opbouw van een consult

Een consult bestaat uit een aantal vaste onderdelen die zowel structuur bieden als de mogelijkheid geven om een arts-patiëntrelatie op te bouwen. Het consult verloopt bijvoorbeeld als volgt.

  • Eerste indrukken, kennismaken en kennisnemen van bestaande gegevens, voorgeschiedenis en de hoofdklacht.
  • Verheldering van de hoofdklacht (eerste probleemlijst en differentiële diagnoses opstellen).
  • Algemene en speciële anamnese, waarin de probleemlijst en diagnose kunnen worden aangepast.
  • Eventueel een lichamelijk onderzoek, met uitleg waarom het onderzoek wordt uitgevoerd.
  • Bespreken van eerste bevindingen aan de patiënt, met uitleg over de mogelijke diagnose en eventueel onderzoeksbeleid.
  • Het opstellen van een behandelplan dat indien mogelijk direct in gang gezet wordt.
  • Tot slot de rapportage van het consult en eventueel de verwijzing van de patiënt of een vervolgafspraak.

Een poliklinisch consult heeft een tijdsduur van 5 tot 30 minuten. Het is niet gemakkelijk om in deze korte tijd een goed beeld te krijgen van de patiënt en de klachten, eventuele onderzoeken en vervolgstappen begrijpelijk uit te leggen en de benodigde administratie in het EPD af te handelen. Het is dan ook niet zo gek dat consulten dikwijls uitlopen. Met de huidige stand van de techniek lijken er mogelijkheden genoeg om hier verbetering in aan te brengen, de volgende aandachtspunten zijn daarbij van belang.

1. Goede ict-voorzieningen als randvoorwaarde

Het klinkt als een open deur, maar toch gaat het vaak mis: het is belangrijk dat de ict-voorzieningen optimaal ingericht zijn, zodat artsen niet hoeven te wachten tot het EPD opgestart is of de juiste patiënt op het scherm verschijnt. Ook als de benodigde programma’s uitvallen gaat kostbare tijd verloren.

2. Registratie aan de bron

Registratie aan de bron moet voorkomen dat artsen dubbele registraties moeten invoeren. Vaak staat achtergrondinformatie al in een digitaal systeem, maar niet in het juiste systeem. Het overnemen van dit soort informatie kost tijd en vergroot de kans op fouten. Als wat bekend is in andere systemen automatisch overgenomen wordt, wordt minder tijd verspild met registreren en kan meer tijd besteed worden aan de patiënt.

3. Kunstmatige intelligentie als ondersteuning van artsen

De ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie gaan razendsnel. Het kan bijvoorbeeld worden ingezet om artsen te ondersteunen bij het kiezen van een behandeling. De techniek hierachter is in feite niet zoveel anders dan een algoritme zoals dat nu ook gebruikt wordt in de praktijk, alleen kunnen er door gebruik te maken van veel data en ‘slimme’ computers meer factoren meegenomen worden. Een voorbeeld hiervan is het bedrijf PacMed, dat een tool ontwikkeld heeft die de aangeeft welke behandeling voor een individuele patiënt het beste zou werken. Hierbij wordt zowel de kans op succes weergegeven als de specifieke factoren die deze succeskans beïnvloeden.

4. Vragen voorkomen door gesprekken op te nemen

Patiënten krijgen veel informatie te verwerken tijdens een consult. Daarbij komt er vaak veel spanning bij kijken. De kans is dan ook groot dat patiënten het spreekuur uitlopen met vragen. Het kan helpen om patiënten de gesprekken op te laten nemen. Op die manier hoeft een patiënt niet te bellen of achteraf een extra afspraak te maken omdat er nog vragen zijn, maar kun je ook verwarring over de vervolgstappen voorkomen.

5. De rol van een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO)

Een Persoonlijke Gezondheidsomgeving (PGO) is een eigen omgeving voor de patiënt waarin informatie van meerdere zorgverleners bij elkaar komt (zie ook dit artikel over informatie-uitwisseling in de zorg). In deze omgeving kan de patiënt ook eigen informatie zoals thuismetingen toevoegen. Op deze manier heeft de patiënt alle zorginformatie op 1 plek. De PGO kan artsen helpen om tijdens het consult informatie te verkrijgen op basis van feiten in plaats van uit het geheugen van de patiënt. Hierdoor verkrijgt de arts betrouwbaardere informatie, zodat een betere diagnose kan worden gesteld. Daarnaast kan de patiënt uitslagen en behandelopties achteraf gemakkelijk teruglezen.

6. Digitale keuzehulpen besparen tijd tijdens het consult

Het gebruik van online keuzehulpen kan op twee manieren tijd besparen tijdens het consult. Enerzijds doordat belangrijke vragen en afwegingen niet meer tijdens het consult niet meer ingevuld hoeven te worden. Anderzijds doordat de patiënt beter voorbereid op het gesprek is en al heeft kunnen nadenken over de verschillende behandelopties of vragen. Op die manier kan waardevolle tijd besteed worden aan het beantwoorden van eventuele vragen.

7. E-consult: vragen beantwoorden wanneer het uitkomt

Een e-consult kan de patiënt en arts tijd besparen. Een arts kan het beantwoorden van e-mails zelf inplannen, dit in tegenstelling tot telefonische vragen; de patiënt hoeft niet te reizen naar de praktijk of het ziekenhuis. Belangrijk bij de implementatie van e-consulten is dat de randvoorwaarden als privacy en beveiliging geborgd zijn, daarnaast zijn er verschillende succesfactoren:

  • het opleiden en enthousiasmeren van artsen,
  • bekendheid van de mogelijkheid onder patiënten,
  • duidelijke afspraken over de termijn waarop een patiënt antwoord kan verwachten,
  • de koppeling van het e-consult aan het bestaande ZIS/HIS.

Verbetering van consultvoering in de praktijk

De mogelijkheden om consultvoering in de praktijk te verbeteren verschillen per ziekenhuis. ALLEGRO MEDICAL kijkt graag mee, bijvoorbeeld hoe uitlopende spreekuren en registratielast verminderd kunnen worden. Neem gerust contact op voor meer informatie.

Maartje Schreuder
Consultant en projectleider
E: m.schreuder@allegromedical.nl

Maak anderen hierop attent:
Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter